De doelgroep van dak- en thuislozen in Nijmegen bestaat uit ongeveer 400 mensen, onder hen veel mensen die zorg mijdend zijn. Anderen worden zo nu en dan getraceerd in de maatschappelijke opvang. Sommigen gaan in en uit de penitentiaire inrichting.

Er zijn in Nijmegen veel organisaties betrokken bij de hulp aan de dak- en thuislozen. Dat kan gaan om inzet voor zorgmijders, omzien naar verwarde personen, opvang al dan niet in zelfbeheer, behandeling van verslaving, verstrekken van uitkeringen, houden van een spreekuur, verstrekken van postadressen, aanpak van schulden, budgetbeheer, begeleiding en zorg, medische zorg, geestelijke gezondheidszorg, noodopvang uitgeprocedeerden en belangenbehartiging.

In 2014 heeft voor hulp aan deze doelgroep een overleg plaatsgevonden met de ketenpartners in de zorg voor de OGGZ doelgroep: Iriszorg, gemeente Nijmegen/Bijzonder Doelgroepen, Pro Persona, de Diaconie, RIBW/NUNN, politie/wijkagent, Buitenzorg en de GGD/MBZ. In dit overleg werd geconstateerd dat lijntjes soms kort zijn, maar ook dat er te weinig wordt uitgewisseld in het kader van de hulpverleningstrajecten of juist het gebrek daaraan en over de financiële situatie van de cliënten. Men zou elkaars expertise beter willen kunnen delen en inzetten en vroegtijdig een passend zorg- of begeleidingstraject willen inzetten om te voorkomen dat cliënten verder afglijden.

Al sinds 2000 verzorgt de Diaconie twee maal per week een spreekuur voor dak- en thuislozen. Er komen per keer gemiddeld ongeveer 30-50 (voormalige) dak- en thuislozen personen met vragen om hulp zoals: problemen met het inkomen, gezondheid, armoede, wonen, schulden en persoonlijke problemen.

Het spreekuur is naast de hulp- en dienstverlening een vindplaats om in contact te zijn met de doelgroep. Begin 2017 is dit reeds bestaande spreekuur van de diaconie omgezet tot het ‘Expertiseteam dak- en thuislozen Nijmegen’

Naast de Diaconie zijn Meldpunt Bijzondere Zorg, Huisartsenpost Buitenzorg, de agent voor ‘verwarde personen’, het NUNN, medewerker van SNOV voor uitgeprocedeerde vluchtelingen, het Sociaal Wijkteam Centrum en Het Inter-lokaal aanwezig  op het spreekuur.

De Diaconie heeft in de loop van 2017 het beheer dat ze deed voor ongeveer 50 personen (begin 2017) afgebouwd tot 10 (begin 2018). Dit heeft het karakter van de spreekuren veranderd en de kasverstrekking van geld meer op de achtergrond gedrongen. Ook het aantal mensen dat de spreekuren bezoekt is hierdoor wat teruggelopen, wat er voor zorgt dat met meer aandacht de personen die komen kunnen worden geholpen.

Daardoor is het karakter van de spreekuren meer en meer verlegd naar de hulpverlening, zoals ook bij de eerste projectaanvraag in begin 2017 is aangekondigd.

Om een beeld te schetsen van de aard van de personen die van het spreekuur gebruik maken het volgende:

In de loop van 2017 zijn 490 verschillende mensen op de spreekuren geholpen. Daarvan 225 (46%) intensief met 10 of meer contactmomenten en de rest met een meer incidentele ondersteuning. 103 mensen (21%) waren nieuw in 2017, de rest was al eerder bekend.

In totaal op de 100 spreekuren die we in 2017 gehouden hebben zijn er ongeveer 5000 contactmomenten met bezoekers geweest.

Geslacht: 89% is man

Burgerlijke staat: 77% is alleenstaand

Leeftijdsopbouw: tot 27   20%, 28-45   46%, 45-65   32% ouder dan 65   2%

Leefsituatie: adres 29%, onduidelijke plek bij vrienden ed (thuisloos) 31%, op straat 17% in verschillende opvanglocaties 23%

Vanuit de hulpverlening wordt nut en noodzaak van de spreekuren van het expertiseteam dak en thuislozen via de gegroeide werkwijze op deze locatie ruim onderschreven.

Partners zijn er van overtuigd dat het voortzetten van het spreekuur in de Lutherse Kerk als een gezamenlijke verantwoordelijkheid noodzakelijk is om in contact te blijven met de doelgroep en om beter in te kunnen spelen op de hulpvragen. Het spreekuur is daarvoor een ideale vindplaats voor de hulpverlening voor deze bijzondere doelgroep. Er is een laagdrempelige uitwisseling mogelijk tussen de hulpverlening en de diaconie kan blijven functioneren als een brug naar fondsen indien een extra financiële ondersteuning (ter overbrugging van een periode tussen uitkeringen of gedurende het ontwikkelen van het juiste hulpverleningstraject) in het hulpverleningsproces noodzakelijk is.